top of page

Nicolaus Clermons

1599 -1662<1665

D'n ouwe Nicolaus. Oftewel Cloes. Hoofd van het gezin. Onze stamouder.

Aan het begin van de zeventiende eeuw vestigde Nicolaus zich met zijn vrouw Jenne Jacques Simardt en hun kinderen in de omgeving van Elsloo.

Vanaf dat moment begint de geschiedenis van de familie in het huidige Nederlands-Limburg.

 

Over zijn jeugd en geboorte is weinig met zekerheid bekend. Toch laten de archieven zien dat Nicolaus een

vermogend man was. Bij zijn overlijden liet hij bezittingen na in zowel Elsloo als aan de andere zijde van de Maas.

Zijn nalatenschap zou jarenlang aanleiding geven tot juridische procedures tussen zijn kinderen en anderen.

Eén ding blijkt daarbij al snel: de naam Clermont was niet de naam waarmee Nicolaus geboren werd. Hoe die naamsverandering precies aan het licht kwam is een verhaal op zichzelf en wordt behandeld op de pagina Oorsprong.

Geboortenaam


Nicolaus Clermons

Joanna Simardt

Jacques Clermons

Jean Clermons

Michael Clermons

Lambertus Clermons​

Alexander Clermons

Doop datum

..-..-....

..-..-....

 

..-..-....

..-..-....

..-..-1626

..-..-....
..-..-....

Geboorteplaats

 

...........
............

..........

..........

..........

..........

..........

Overlijdingsdatum

..-..-....

..-..-....

 

..-..-....

..-..-....

20-04-1689

21-04-1711
27-05-1704

Overlijdingsplaats

 

..........
..........

..........

..........

Elsloo
Catsop

Echt

Getrouwd met
 

J. Simardt

N. Clermons

..................

M. Bourguignon

M. Thijssen

..................

J. Knops

Trouwdatum
 

..-..-....

..-..-....

 

..-..-....

..-..-....

..-..-....

..-..-....
10-11-1669

Bijzonderheden

 

 

 

 

Catsop

Catsop

Rond het midden van de zeventiende eeuw vestigde Nicolaus Clermont

zich in Catsop, een gehucht binnen de Vrije Rijksheerlijkheid Elsloo.

Achteraf bezien bleek dit een beslissende stap in de familiegeschiedenis.

Vanuit Catsop zouden zijn kinderen, kleinkinderen en latere generaties zich

verspreiden over Elsloo, Beek en Stein.

De Nederlandse tak van de familie Clermont zou daar nog ruim

anderhalve eeuw blijven wonen.

In 1655 stond die toekomst uiteraard nog niet vast. Voor Nicolaus begon

alles met de aankoop van een eerste perceel grond.

Op 9 maart 1655 kocht hij van Nelis Veughen uit Smeermaas ander-

halve morgen weide met moeshof in Catsop. De koopprijs bedroeg 65

stuivers Maastrichts geld, daarnaast werd ook met een koe en een os betaald.

Een koe als onderdeel van de prijs is ongebruikelijk, maar niet uniek.

Op het perceel bleef bovendien een jaarlijkse verplichting rusten: de

eigenaar diende ieder jaar een vat rogge af te dragen aan de heer van Elsloo.​​​

​​

Enkele jaren later breidde Nicolaus zijn bezit verder uit. Op 4 juli 1661

verkocht Jan Sassen van Beek, namens zijn echtgenote Meijcken Sutendal

(het goed is van haar) een perceel akkerland van 50 kleine roeden

ten behoeve van Nicolaes Clermont, gehuwd met Jenne (=Joanna).

​​​

​Nicolaas betaalde hiervoor 140 gulden, een koe, een schoof walm (dakstro) en viereneenhalve reaal als godshelder. De godshelder of godspenning wordt hier in klinkende munt, een halve reaal, uitgedrukt.

Tevens werd er bij vermeld dat Nicolaes Clermont reeds 2 aangrenzende percelen in bezit had. Ook werd er een voetpad vermeld wat betekent dat zijn huis daar lag en hijzelf dus in Catsop woont.

​​​

Na het overlijden van Nicolaes bleven de onroerende goederen – huis, hof en 

omliggende weide – binnen de familie Clermont.

Uit de cijnsregisters van Elsloo blijkt dat Jacques Clermont namens de kinderen

de jaarlijkse cijns betaalde. Zij zijn bezitter van de grond zolang ze de jaarlijkse

cijns betalen aan de cijnsheer. Betalen ze niet, kan de cijnsheer hen onteigenen. 

Pas na het overlijden van Lambertus Clermont op 21 april 1711, het laatste nog

levende kind van Nicolaus Clermont, kwam daarin verandering.

Omdat Lambertus ongehuwd en kinderloos overleed, ging de nalatenschap over

op de kleinkinderen van Nicolaus. Zij verkochten op 7 april 1716 het huis, de hof

en de bijbehorende landerijen aan Houb Lemmens en diens echtgenote

Lucia Penders voor 775 gulden en vijf stuivers.

Daarmee kwam, ruim zestig jaar nadat Nicolaus zich in Catsop had gevestigd, een einde aan het directe bezit van de eerste generatie Clermont in het dorp. De familie zelf bleef echter in de omgeving wonen en zou zich vanuit Catsop verder verspreiden over Elsloo, Beek en Stein.

Catsop 4_edited.jpg

Kelmond

Kelmond Becha 2.jpg

Lange tijd was onduidelijk waar Nicolaus Clermont en zijn gezin verbleven voordat zij zich in Catsop vestigden.

Een notariële verklaring uit 1672 werpt daarop nieuw licht.

 

De akte werd op 7 maart 1672 in Maastricht opgesteld door notaris J. Cruce. Daarin verklaren Jacob (Jacques), Michiel en Lambert Clermont dat zij in 1653 persoonlijk aanwezig waren bij het bekijken, schatten en opmeten van een groot perceel van de Kelmonderhoeve: ongeveer 43½ bunder akkerland en 16½ bunder weide. Uit dezelfde verklaring blijkt dat het land, inclusief de opbrengsten van de gewassen, na het overlijden van hun ouders onder de erfgenamen was verdeeld. In de kantlijn wordt hun vader zelfs aangeduid als "vader zaliger".

De verklaring maakt aannemelijk dat de familie Clermont vóór haar vestiging in Catsop verbonden was aan de Kelmonderhoeve in Kelmond. Dat sluit bovendien goed aan bij de oudste doopinschrijving van een Nicolaes Clermont in 1649 te Beek, waaronder Kelmond destijds viel.

De drie broers verklaren bovendien uit eigen waarneming over de gebeurtenissen van 1653. Dat maakt het waarschijnlijk dat zij toen al volwassen waren, zodat hun geboorte vóór ongeveer 1630 gezocht moet worden.

​​

Eén vraag blijft echter onbeantwoord. Als de ouders volgens de akte al vóór 1653 overleden waren, wie is dan de Nicolaus Clermont die vanaf 1655 in Catsop grond aankoopt en enkele jaren later zelfs aanwezig is bij de rechtszaak van zijn zoon Alexander? Mogelijk verwijst de aantekening "vader zaliger" niet naar de situatie in 1653, maar naar het moment waarop de verklaring in 1672 werd afgelegd. Dat zou verklaren waarom Nicolaus daarna nog jarenlang in de archieven van Catsop voorkomt.

Kelmond

Kelmonderhoeve

Exterieur_OVERZICHT_VOORZIJDE_-_Kelmond_-_20281976_-_RCE.jpg

De Kelmonderhoeve, ook bekend als Huis Kelmond, ligt in het gehucht Kelmond, tegenwoordig onderdeel van de gemeente Beek.

De monumentale hoeve behoort tot de oudste en meest markante boerderijen van Zuid-Limburg.

 

De oorsprong van het complex gaat terug tot de late middeleeuwen. Aan het begin van de zeventiende eeuw was de hoeve in bezit van de familie Mutsenich.

Juist die naam komt ook voor in de notariële verklaring uit 1672 waarin Jacob, Michiel en Lambert Clermont terugblikken op de verdeling van het landgoed.

 

De hoeve had de vorm van een gesloten carréboerderij met woonhuis, schuren en een grote binnenplaats.

De omvang van het bijbehorende land – ruim zestig bunder akker- en weideland – laat zien dat het om een aanzienlijk landbouwbedrijf ging.

 

Wanneer de broers in 1672 verklaren dat zij in 1653 aanwezig waren bij het opmeten en verdelen van deze gronden, ontstaat voor het eerst een concreet beeld van de omgeving waarin Nicolaus Clermont en zijn gezin vóór hun verhuizing naar Catsop leefden.

 

Tegenwoordig is de Kelmonderhoeve een rijksmonument. Op het terrein is inmiddels een moderne bestemming gevestigd, maar het historische hoofdgebouw is bewaard gebleve

Herbergincident

Een van de weinige momenten waarop Nicolaus Clermont persoonlijk in de archieven naar voren treedt, is een gerechtelijke zaak uit 1656.

Op een vrijdagavond in september ontstond in de herberg van Dierick Lenaerts te Catsop een woordenwisseling nadat een toost was uitgebracht op de koning van Spanje. Nicolaus' zoon Alexander – meestal Sander genoemd – reageerde fel en riep dat "alle Spanjaarden schelmen waren."

De woordenwisseling liep uit op een vechtpartij waarbij geslagen, gebeten en zelfs een mes werd getrokken.

 

De volgende dag werd de zaak voor de schepenbank gebracht. Opmerkelijk is dat zijn vader daarbij aanwezig was.

Waarom hij aanwezig was, vermelden de bronnen niet. Maar het kan er op wijzen dat Alexander toen wellicht nog geen 25 jaar oud was. Zeker is in ieder geval dat Nicolaus op dat moment nog leefde en zich met zijn gezin in Catsop had gevestigd.

Een exacte overlijdensdatum van Nicolaus Clermont is dus niet bekend. Toch laten de archieven toe zijn overlijden vrij nauwkeurig te dateren.

Op 2 oktober 1662 wordt Nicolaus nog genoemd als buurman in een akte uit Catsop. Enkele jaren later verandert dat beeld.

Vanaf 1664 lijkt zijn zoon Jacques de jaarlijkse cijnzen voor het ouderlijk bezit te voldoen. Dat is een eerste aanwijzing dat Nicolaus inmiddels was overleden of zijn bezittingen had overgedragen.

 

Een akte van 13 mei 1665 levert een belangrijker aanknopingspunt. Daarin worden niet Nicolaus zelf, maar zijn kinderen al als zijn erfgenamen genoemd. Uiterlijk op dat moment moet hij dus zijn overleden.

 

Dat beeld wordt bevestigd door een volmacht van 29 oktober 1665. Daarin treden zijn vijf zonen gezamenlijk op

als erfgenamen van wijlen Nicolaus Clermont en Jehenne Jacques Simardt.

In deze akte machtigen Jacques, Joannes en Lambertus – mede namens hun afwezige broers Michiel en Alexander – een procureur om namens de familie een reeds lopende rechtszaak voort te zetten voor de rechtbanken van het Hertogdom Limburg. Als zekerheid verbinden zij gezamenlijk hun roerende en onroerende goederen, zowel in Elsloo als in de streek van Clermont.

Hieruit blijkt niet alleen dat Nicolaus en zijn echtgenote inmiddels waren overleden, maar ook dat hun kinderen als gezamenlijke erfgenamen optraden en de familiebelangen gezamenlijk verdedigden.

Alles wijst er daarom op dat Nicolaus Clermont is overleden tussen 2 oktober 1662 en 13 mei 1665. De aanwijzingen uit de cijnsregisters maken een overlijden rond 1664 het meest waarschijnlijk.

Na het overlijden van Nicolaus bleek dat hij zijn kinderen niet alleen land en bezittingen had nagelaten, maar ook rechten en verplichtingen in de streek van Clermont. Vanaf 1665 traden de vijf broers gezamenlijk op als erfgenamen. Wat begon met volmachten en het aanstellen van procureurs groeide uit tot een reeks rechtszaken die bijna twintig jaar zouden voortduren. Ironisch genoeg zijn het juist deze juridische procedures die eeuwen later de sleutel bleken tot het reconstrueren van de herkomst van de familie Clermont.

Waarom vertrok Nicolaus naar Limburg?

De archieven geven daarop geen rechtstreeks antwoord. Zijn vertrek kan hebben samengehangen met economische kansen, familiebanden of de onrust in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de eerste helft van de zeventiende eeuw. Bewijs voor een specifieke aanleiding ontbreekt echter.

bottom of page