top of page

Willem Franciscus Clermonts

1868-1945

Geboren in Maastricht, gestorven in Eindhoven. 

Willem Franciscus was de persoon die koos voor vertrek naar Eindhoven en daarmee dé stamvader werd van de Clermonts-tak in Eindhoven.

Met zijn vrouw Maria Smit kreeg hij elf kinderen. Helaas stierven zeven van hen jong en één op twintigjarige leeftijd. 
Slechts drie van de elf kinderen bereikten de volwassenheid en trouwden.

Bijzonder is het verhaal van dochter Maria Barbara Clermonts die drie - misschien zelfs vier keer - trouwde. Misschien dat ik hier nog eens aandacht aan besteed op deze website.

​​​

Bekijk hier het gezinsoverzicht van Willem en Maria​

Geboortenaam


Willem Franciscus Clermonts

Maria Smit

Martinus Clermonts

Maria Anna Clermonts

Maria Theresia Clermonts

Jacobus Hubertus Clermonts

Maria Barbara Clermonts

Franciscus Aloysius Clermonts

Maria Gertrudis Clermonts

Franciscus Wilhelmus Clermonts

Franciscus Andries Clermonts

Anna Maria Clermonts

Maria Clermonts

Geboortedatum
 

17-04-1868

02-09-1872

04-06-1894

12-03-1897

26-01-1899

20-04-1900

21-10-1901

22-01-1904

31-05-1905

03-02-1907

21-05-1908

13-09-1911

01-01-1914

Geboorteplaats

 

Maastricht
Maastricht

Maastricht
Maastricht

Maastricht
Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht
Maastricht

Overlijdingsdatum
 

11-02-1945

06-03-1958

10-05-1914

26-08-1963

06-04-1899

11-03-1977

30-07-1960

11-10-1904

10-10-1907

16-07-1907

07-08-1908

04-02-1912

15-07-1914

Overlijdingsplaats

 

Eindhoven
Vught

 

Maastricht

Maastricht

Maastricht
Eindhoven

Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht

Maastricht
Maastricht

Getrouwd met
 

M. Smit
W.F. Clermonts

C. Biesmans

E.A.  van der Goor

W.B. Hoskens

N.J.J. Stelten
T.C. Bogers
M. Dekkers 

 

Trouwdatum
 

30-08-1893

30-08-1893

21-04-1920

28-02-1922

01-07-1921

04-05-1927 

12-12-1930

..-..-....​

 

Bijzonderheden
 

Sint Matthias Parochie 

 

 

 

26 maanden oud geworden

 

 

9 maanden oud geworden 

28 maanden oud geworden 

5 maanden oud geworden 

2 maanden oud geworden

5 maanden oud geworden 

5 maanden oud geworden​

De vroege jaren in Maastricht

 

Pas in 1867 verloor Maastricht officieel haar status als vestingstad, maar dat betekende niet dat de omstandigheden meteen verbeterden. De stad barstte uit haar voegen. De arbeidersklasse leefde dicht op elkaar, vaak met hele gezinnen in één of twee kamers.

Willem Franciscus Clermonts werd in die tijd geboren, in een stad die nog steeds gevangen zat binnen haar eeuwenoude vestingmuren.


Een stad op het snijpunt van de industriële revolutie, maar de vooruitgang liet op zich wachten. Tot zelfs de 20e eeuw kampte Maastricht met overbevolking
en slechte woonomstandigheden, vooral in de arbeiderswijken en smalle straatjes. 

Grote drukte, onhygiënische toestanden en ondraaglijke stank bepaalden het straatbeeld. ​Er was geen leidingwater en de meeste straten hadden geen riolering, maar slechts een open goot midden in de straat.

Afval werd rechtstreeks in de Jeker, de Maas of het kanaal Luik-Maastricht gekiept. Afgedankte matrassen en andere oude huisraad werden in het water of op mestvaalten gemieterd. In openbare urinoirs werd gepoept en illegaal huisvuil en haardas gestort.

’s Nachts kon je vaak geen hand voor ogen zien en de buurten waren bezaaid met menselijke fecaliën. De stad werd geteisterd door infectieziekten.

De hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk en maakten het leven in Maastricht bijzonder zwaar. Ook voor het kind Willem Franciscus Clermonts.​

Misstap in uniform

Op negentienjarige leeftijd vond Willem een tijdelijke uitweg uit Maastricht:

hij begon aan zijn militaire dienstplicht, al was dit geen onverdeeld succes.

Aangezigt

Voorhoofd

Oogen

Neus
Mond
Kin
Haar

Wenkbraauwen
Merkbaare tekenen

 

Bij zijne aankomst bij het korps

Lang

Ovaal

Rond en laag
Bruin
Gewoon

Gewoon
Gewoon
Bruin

Bruin

Bijziendheid op 1 oog,
kleine spataderen op benen

1 ellen             = 1 meter

7 palmen        = 7 decimeter
1 duimen        = 7 centimeter

5 strepen        = 4 millimeter
 

Totaal lengte  177,4 cm

In 1887 werd Wilhelmus Franciscus Clermonts ingeschreven voor de

militie onder nummer 14. Op 1 mei 1888 tekende hij als vrijwilliger voor

zes jaar in het Nederlandse leger.

In ruil voor zijn dienst ontving hij een premie van zestig gulden

- een gangbare aanmoediging in die tijd om dienst te nemen, zeker in een

periode waarin het leger minder avontuurlijk leek dan in tijden van oorlog.


Het waren rustige jaren. Nederland verkeerde in vredestijd dus veldtochten,

heldendaden of opgelopen verwondingen zijn niet op zijn staat van dienst

terug te vinden.

Maar ondanks de afwezigheid van oorlogsgeweld, kende het leger een strikte hiërarchie en tuchtregime.

En juist daar liep het voor Wilhelmus spaak.

​Op 29 januari 1890 werd hij overgeplaatst naar het Algemeen Depot van Discipline te Nieuwersluis — de enige militaire strafinrichting van Nederland in die tijd. Deze instelling was berucht onder dienstplichtigen: wie daar terechtkwam, had zich ernstig misdragen volgens militaire maatstaven. Voor Wilhelmus betekende deze overplaatsing het begin van een nieuwe, duistere fase in zijn diensttijd.

​Op 8 september 1890 volgde het vonnis: hij werd veroordeeld door de militaire krijgsraad wegens insubordinatie — het plegen van een daad van geweld tegen een meerdere in rang. De straf: twee jaar gevangenisstraf, met daarbij de ontzegging om vijf jaar lang dienst te doen in de gewapende macht. Dit was een zware straf, die enkel werd opgelegd bij ernstige conflicten met superieuren.

Wilhelmus tekende bezwaar aan, via een advocaat.

Of dat beroep ooit behandeld werd en de uitkomst daarvan is (nog) niet bekend.

Na zijn militaire jaren keerde Willem Franciscus Clermonts terug naar Maastricht, waar hij zich vestigde in het Boschstraatkwartier. Zijn eerste woonadres: Raamstraat 16 — midden in een van de meest dichtbevolkte en armste buurten van de stad.

In deze wijk, vlak achter de Boschstraat, lag het kloppend hart van het Maastrichtse arbeidersleven. Hier stond ook de beroemde aardewerkfabriek van Petrus Regout, later bekend als De Sphinx. De fabriek bracht werkgelegenheid, maar drukte ook haar zware stempel op de omgeving. De wijk transformeerde in de loop van de 19e eeuw in een overvol gebied waar duizenden arbeiders onder vaak erbarmelijke omstandigheden probeerden te overleven.

Tussen hen bevond zich ook de familie Clermonts.

Tussen 1893 en 1916 woonden Willem en zijn vrouw Maria Smit met hun kinderen 23 jaar lang in het Boschstraatkwartier. Maar het waren geen stabiele jaren: ze verhuisden maar liefst vijftien keer binnen de wijk. Een duidelijk teken van armoede, woningnood, of misschien telkens opnieuw de hoop op een iets beter onderkomen. Hun adressen spreken boekdelen: Pompenstraat, Raamstraat, Drie Emmerstraat, Varkensmarkt en uiteindelijk de Sint Anthoniusstraat.

Hun laatste Maastrichtse woning bevond zich in de zogenoemde Cité Ouvrière — in de volksmond: de Groete Bouw. Dit was het allereerste flatgebouw van Maastricht, gebouwd door Regout als een modern woonconcept voor zijn arbeiders. Je kon er alleen wonen als je daadwerkelijk bij de fabriek werkte.

Het Boschstraatkwartier

Aanvankelijk gold de Cité Ouvrière als een vooruitstrevend antwoord op de schrijnende huisvestingssituatie in de stad. Maar ook dit ‘moderne’ gebouw kende grote gebreken. Kleine woningen, gedeelde voorzieningen, geluidsoverlast: het flatgebouw werd al snel berucht als ‘het menschenpakhuis’.

In dit flatgebouw woonden Willem en Maria met hun vijf kinderen — maar tegen de tijd dat het gezin in 1916 vertrok naar Eindhoven, waren er nog slechts drie kinderen over.

Het gezin Clermonts kreeg in totaal elf kinderen. Zeven van hen stierven vóór hun tweede levensjaar. Eén zoon stierf op twintigjarige leeftijd. Slechts drie kinderen — twee dochters en een zoon — bereikten de volwassenheid en trouwden.

De kindersterfte was destijds alledaags, veroorzaakt door ziektes als cholera, tyfus en tuberculose. Maar dat maakt het verdriet niet minder. De ellende van het Boschstraatkwartier liet diepe sporen na in het leven van Willem en Maria.

Boschstraatkwartier

Pottemennekes en Pottevruikes

Cite Ouvriere.jpg

Werken bij de Sphinx betekende werken tussen het keramiek, het stof en de hitte.

Mannen die daar jarenlang werkten werden in de volksmond ‘pottemennekes’ genoemd, vrouwen ‘pottevruikes’.

​​

Of Wilhelmus zelf een pottemenneke was? Het is zeer waarschijnlijk – hij woonde in de wijk, werkte vermoedelijk in de keramische industrie en zijn kinderen groeiden op tussen de fabrieksfluit en de schoorstenen.
Helaas zijn er geen archiefstukken van de Sphinx bewaard gebleven over de functies vuurstoker, zoutwerker of zoutstoker – precies de beroepen waarin Wilhelmus actief was.

Of de kinderen van Wilhelmus en Maria ook bij de fabriek werkten, blijft gissen. Regout stond bekend om het gebruiken van kinderarbeid, al gold begin 20e eeuw officieel al een leerplicht.

Cité Ouvrière

De Groete Bouw – meer dan een mensenpakhuis
De Cité Ouvrière was ooit een modern arbeidersproject, geïnspireerd op de

Parijse ‘Cité Napoléon’. In het begin werd het gezien als vooruitstrevend, met waterpompen op iedere verdieping en zelfs een aparte ruimte om overledenen op te baren – iets wat in die tijd werd gezien als hygiënisch en respectvol.

Maar met de jaren liep de flat vol. Té vol. In de periode dat de familie Clermonts er woonde zaten er ruim 350 mensen verdeeld over 72 kamers. Overbevolking, gebrekkige sanitaire voorzieningen en armoede veranderden het woonblok in een symbool van mislukte vooruitgang. In 1938 werd het pand gesloopt.

De familie Clermonts verliet Maastricht en verhuisde naar Eindhoven. Het is aannemelijk dat ze hun ervaringen uit de keramiekindustrie meenamen naar de moderne fabrieken van Philips. Een sprong van een leven tussen potten en kruiken naar een toekomst tussen licht en techniek.

Glasblazers

Het vertrek naar Eindhoven

begijnen.jpg

Het moet een gigantische klap zijn geweest: zoveel kinderen jong gestorven en dan in 1914 ook nog je oudste en 20-jarige zoon verliezen.

​Misschien was dát wel de druppel.

De aanleiding om Maastricht achter zich te laten. Of misschien was het toch vooral een financiële drijfveer. ​Hoe dan ook: Willem Clermonts besloot samen met zijn gezin te vertrekken. Op zoek naar een betere toekomst.

Vanaf 1915 wierf Philips actief glasblazers uit Maastricht door een beloning in het vooruitzicht te stellen die het dubbele was van wat men in Maastricht verdiende.

​De overstap naar Philips betekende een nieuw hoofdstuk in hun leven, weg van de armoedige omstandigheden van Maastricht richting de kansen van het op-bloeiende industriestadje Eindhoven. Het was een moedige stap.

 

                                 Op 17 februari 1916 arriveerden ze per trein in Eindhoven.     
                                 Acht dagen later, op 25 februari, schreven ze zich officieel in.

                                 De verhuizing - net als hun werk bij Philips - was grotendeels

                                 door het bedrijf geregeld. Ze kregen een woning aan de

                                 Glaslaan 14 (zie afbeelding).​

                                 Direct vernoemd naar de vele glasblazers die er kwamen

                                 wonen, met name uit Maastricht.

                                 De huizen waren zó nieuw, dat de houten vloer nog niet eens

                                 gelegd was bij aankomst. Maar het was een enorme

                                 vooruitgang ten opzichte van de kleine steegwoningen in 

                                 Maastricht.

De nieuwe woningen waren modern met gas, water, riolering en hadden een grote tuin voor eigen teelt. Toch lag hun nieuwe thuis niet in Eindhoven zelf, maar in Strijp - dat pas in 1920 officieel bij Eindhoven werd gevoegd.

De snelle groei van Philips trok duizenden arbeiders aan, uit onder meer Leerdam, Groningen, Duitsland, Bohemen en natuurlijk Maastricht.

Strijp veranderde razendsnel van landelijk gebied in een modern arbeiderswijk.

De Strijpse boerengezinnen zagen het met lede ogen aan. In rapporten uit die tijd werd geschreven over de ‘schorriemorrie’ uit Maastricht, een vooroordeel waar ook de familie Clermonts onder viel.

Na annexatie door Eindhoven veranderde de straatnaam ook. De Glaslaan heette voortaan Hulstlaan, een naam uit de categorie bomen/ struiken zoals men toen voor de rest van Philipsdorp als straatnamen gebruikte.

In de jaren erna verlieten de kinderen één voor één het huis. Bèr moest op zijn twintigste in militaire dienst.
De oudste dochter verhuisde terug naar Maastricht met haar echtgenoot.
In 1923 vertrokken ook Willem en Maria als laatsten uit de Hulstlaan. Waarom precies, blijft onduidelijk.
Was het vanwege het einde van Wilhelmus’ dienstverband bij Philips?
Feit is dat na zeven jaar hun tijd in de Philipswijk voorbij was, en ze zich opnieuw moesten aanpassen aan een veranderende stad

ChatGPT Image 3 apr 2025, 10_48_26_edite

Begijnenhof Eindhoven

Net als het gezin van zijn zoon gingen ze er qua wooncomfort niet op vooruit. Inwonend bij zoon, daarna weer op zichzelf. Vooral veel verhuizingen en veel tijdelijke noodwoningen werden aangedaan. 

Ook kwamen ze meer dan regelmatig terug midden in het centrum van Eindhoven. Met name in het Begijnenhof. De straatnaam bestaat heden ten dage nog steeds, maar er is verder niets meer zichtbaars van het Begijnenhof.

Al vanaf 1500 had Eindhoven haar Begijnenhof.

Aanvankelijk een afgesloten woonhof voor de Begijnen, die zich verplichtten elke zondag en heiligendag naar

de mis te gaan en een voorgeschreven uniform te dragen.
Maar sinds begin 20e eeuw was het Begijnenhof een achterstraat met kleine arbeidershuisjes.
Het straatje was tijdens de Tweede Wereldoorlog verboden terrein voor Duitse militairen, die er anders misschien zouden kunnen zwichten voor de verlokking van de dames achter de ruiten.
De bijnaam van deze straat was ook "De Gribus".

Het enige wat nu nog van de straat over is, is de straatnaam.

De laatste huisjes werden in 1968 gesloopt.

De huisjes lagen tot aan de Wal, ongeveer het gebied waar nu het Herman Wittehuis

en de school voor Toerisme is.

Hier hebben meerdere van het gezin Clermonts gewoond

Willem Franciscus Clermonts 
11-08-1939 tot 01-05-1943    Begijnenhof 18
01-05-1943 tot 11-02-1945    Begijnenhof 26

zoon Jacobus Hubertus Clermonts
28-02-1931 tot 02-09-1931    Begijnenhof 38
02-09-1931 tot 18-12-1931    Begijnenhof 44
29-04-1946 tot 29-10-1946    Begijnenhof 26

dochter Maria Barbara Clermonts
05-02-1931 tot 18-08-1931    Begijnenhof 07
20-09-1933 tot 10-10-1933    Begijnenhof 38

Willem's andere dochter was niet woonachtig in Eindhoven.

Begijnenhof 33 is niet meegenomen in dit verhaal. Dit waren tijdelijke houten barakken, gelegen aan de Keizersgracht. Buiten het woonhof gelegen aan de andere kant van het huidige Stadhuisplein van Eindhoven. Aandacht aan dit adres mét een bijzondere foto vind je hier.

Willem was nog woonachtig op de Begijnenhof 26 toen hij stierf in 1945.

Een kleine 2 jaar voor zijn overlijden had hij nog wel een groots feest te vieren.

Aangekondigd in de krant. Zijn gouden huwelijk met Maria, waarbij zijn 3 volwassen

kinderen, kleinkinderen en meer tezamen waren gekomen voor het gouden paar

en op de foto kwamen te staan 30-08-1943.

Afbeelding1.jpg
Begijnenhof 7.jpg
Begijnenhof bewerkt.jpg
Begijnenhof 1935.jpg
Afbeelding1_edited.jpg
Begijnenhof, oftewel de Gribus

Vught

Maria Smit moest als weduwe verder.

In die jaren woonde tot haar laatste levensjaar vooral bij haar zoon Bèr en zijn gezin. Willem Franciscus was al bijna dertien jaar overleden, toen Maria werd opgenomen in de psychiatrische instelling Voorburg te Vught.

Tegenwoordig maakt deze locatie deel uit van de Reinier van Arkel Groep.

Het terrein was destijds een zelfvoorzienende enclave met onder meer een verpleeghuis, een damespaviljoen voor patiënten van de eerste klasse, een zustertuin, een kerkje, een kapel, een weverij, twee villa’s, een watertoren en een eigen begraafplaats. Op deze begraafplaats werden oud-patiënten en medewerkers ter aarde besteld. Je vindt er een mengeling van eenvoudige kleine kruizen en zerken, naast grotere grafmonumenten van rijke patiënten of geestelijken. Maria werd daar ook begraven.

 

De begraafplaats is vrij toegankelijk, verscholen aan de westkant van het terrein, zonder omheining.

Helaas is Maria’s exacte graf niet meer te achterhalen. De tand des tijds heeft veel sporen uitgewist. Maar zeker is dat ze ligt begraven op de begraafplaats van Zorgpark Voorburg, aan de Laagstraat 5 in Vught.

​​

2013-02-02 13.09_edited.jpg
bottom of page