top of page

Joannes Clermons

< 1626 -1672 < 1682

ChatGPT Image 7 mei 2025, 09_43_58.png

Deze pagina gaat over Joannes Clermons, één van de twee mannen die als vader

van onze voorouder Nicolaus Clermont in aanmerking komen.

We bevinden ons inmiddels aan het begin van de 17e eeuw, een periode waarin

de beschikbare bronnen schaars worden en soms volledig ontbreken.

Wat is er nog over hem te vinden?

Helaas niet veel. Als jongeman arriveerde Joannes midden 17e eeuw in de regio Elsloo,

samen met zijn ouders en zijn broers Jacques, Michiel, Alexander en Lambertus.

 

Mogelijk reisde ook zijn (latere?) vrouw Maria Bourguignon met de familie mee.

Haar achternaam komt in de bronnen in verschillende schrijfwijzen voor.

Van zowel Maria Bourguignon als Joannes Clermons is in deze regio geen enkel spoor te vinden vóór 1659, het jaar waarin hun dochter werd geboren. Inmiddels heb ik een redelijk beeld van hun vermoedelijke herkomst, maar dat verhaal komt later aan bod. Eerst richt ik mij op het gezin van Joannes en Maria.

Geboortenaam


Joannes Clermons

Maria Bourguignon

Joanna Catharina Clermont

Anna Clermont​​​

Nicolaus Clermons

Doop datum
 

..-..-....

..-..-...

 

27-04-1659

11-04-1663
18-09-1667

Geboorteplaats

 

...........
...........

Elsloo

Elsloo
Elsloo

Overlijdingsdatum
 

-..-....

..-..-....

​​

..-..-....

​..-..-....

Overlijdingsplaats

 

...........
..........

..........

............
 

Getrouwd met
 

M. Bourguignon

J. Clermons

D. van Denvoy

A. Dresen

C. Janssen

Trouwdatum
 

..-..-....

..-..-....

 

​..-..-....​

..-..-....

..-..-....

Bijzonderheden

 

 

 

 

Uit de doopregisters van Elsloo blijkt dat Joannes Clermons en Maria Bourguignon drie kinderen kregen die daar werden gedoopt.

 

Joanna Catharina Clermont werd op 27 april 1659 gedoopt als dochter van Joannes Clermons en Maria Bougnon. Haar peter was Michael Clermont en haar meter Catharina Haegens.

Opmerkelijk is een aantekening van een latere pastoor. Hij vermeldde dat
in het oorspronkelijke doopregister niet was aangegeven of de ouders wettig gehuwd waren. Deze opmerking roept vragen op, maar vraagt ook om de nodige context:

de doopboeken uit deze periode zijn namelijk overgeschreven door de pastoor van Elsloo.

De originele registers zijn helaas door de tand des tijds verloren gegaan.

De opmerking van de latere pastoor verwijst dus naar wat hij aantrof in

het oorspronkelijke (nu verloren) register.

​​

Bij de volgende doop op 11 april 1663 van Anna Clermont, dochter van Joannes Clermons en van Maria Bourguinon, noteerde dezelfde pastoor exact hetzelfde: ook hier werd in het origineel niet vermeld of de ouders wettig gehuwd waren.

De doopgetuigen waren Jacobus Clermont en Petronilla Hendrix.

Deze vermelding geeft aanleiding te denken dat de ouders elders gehuwd

waren, maar mogelijk hiervan geen bewijs aan de pastoor hadden getoond of konden voorleggen. Tegelijkertijd is van belang dat de kinderen nergens als onwettig zijn aangeduid, wat doorgaans wél expliciet werd vermeld indien daarvan sprake was.

Het derde bekende kind is Nicolaus Clermont, zoon van Joannes Clermons en Maria N.n., gedoopt op 18 september 1667.

Deze Nicolaus werd vrijwel zeker vernoemd naar zijn grootvader, de vader van Joannes.

 

Ook de naamgeving van de dochters past mogelijk binnen het gebruikelijke vernoemingspatroon. Joanna Catharina kan zijn vernoemd naar haar grootmoeder van vaderszijde, terwijl Anna mogelijk verwijst naar de moeder van Maria Bourguignon.

 

Vooralsnog blijft dat echter een hypothese.

Geboorte Nicolaus Clermont 18091667.jpg

Stein

Op 15 juli 1669 kocht Joannes (verder te noemen Jan) Clermons een huis met hof in het nabijgelegen Stein. 

Uit de akte blijkt dat de koop al een jaar eerder was gesloten. Geerken van Coulisen verkocht toen, ten behoeve van Jan Clermont, een huis en hof gelegen op het Formel Eijndt.

In deze akte wordt vermeld dat Jans vrouw Marie heet. De aangrenzende buren waren Maximiliaen Bachus,

Herman van Dalem en de erfgenamen van Joris Bosch. De koopsom bedroeg 280 gulden, wat wijst op een huis en

hof van aanzienlijke waarde.

Waar het Formel Eijndt precies lag, is helaas onbekend. Het gedeelte van Meers wat onder Stein viel (nu Klein Meers) wordt ook wel "geneind" genoemd, het einde. Verder heb je in Stein het Houtereind (noordzijde van het dorp) en Keereind (zuidzijde van het dorp). 

​​

Uit de akte blijkt dat Jan zelfstandig handelde, zonder voogd. Dit betekent dat hij op dat moment ouder dan

25 jaar moet zijn geweest. 

Na deze aankoop loopt het spoor hem in Stein helaas grotendeels dood. Er zijn geen latere akten gevonden waaruit blijkt dat hij het huis verkocht, evenmin is een overlijdensvermelding bekend.

Wel blijkt uit een latere gicht, maar liefst 50 jaar later, dat het huis nog steeds in bezit was van de familie Clermont.

Op 12 december 1719 leent een zekere Gelaud Clermont een bedrag van 100 gulden waarbij zijn huis en hof gelegen te Formeel Eende te Stein ook vermeld werd. De buren waren toen aan de ene zijde erfgename van Corst Brouns en aan de andere zijde erfgename van Jan Clermont. 
De precieze verwantschap tussen Gelaud en Jan is vooralsnog onbekend. De zoektocht naar Jan Clermont zijn stappen in Stein blijft. Helaas zijn er in vergelijking met Elsloo weinig bronnen bewaard gebleven uit Stein. En de aanwezige archiefstukken zijn vaak van zeer slechte kwaliteit en moeilijk leesbaar.

​​

Het enige latere gegeven waarin de familie Clermont expliciet in Stein opduikt, is het huwelijk van Anna Clermont. Daarbij is de aanwezigheid van Nicolaus Clermont als huwelijksgetuige cruciaal.

Jan (Joannes) Clermons en Maria Bourguignon hadden onder meer een zoon Nicolaus en een dochter Anna.

De aanwezigheid van Nicolaus als getuige maakt het nagenoeg zeker dat deze Anna Clermont identiek is aan de dochter van Jan Clermons en Maria Bourguignon.

Ten tijde van dit huwelijk was Jan Clermons reeds overleden. In documenten uit 1682 wordt zijn vrouw Maria Bourguignon als weduwe vermeld.

Hoewel de bronnen uit Stein beperkt zijn, maken zij wel duidelijk dat Joannes zich daar vestigde en vóór 1682 is overleden. Via zijn kinderen blijft de familie Clermont nog geruime tijd met Stein verbonden.

De wereld van Joannes Clermons - tussen Maas en Maasdal

​​

Tijdens dit onderzoek komen voortdurend plaatsnamen als Beek, Elsloo, Stein, Catsop, Meers en Kleine Meers voorbij. Voor wie de streek niet kent, is het lastig om deze dorpen ten opzichte van elkaar te plaatsen. Toch is juist die onderlinge ligging belangrijk om de bewegingen van de familie Clermont te begrijpen.

 

Wie vandaag op de kaart kijkt, ziet afzonderlijke dorpen. In de zeventiende eeuw vormden zij echter één samenhangend leefgebied. De afstanden waren klein en de dorpen werden verbonden door veldwegen, akkers en vooral door de Maas. Tegelijk was men sterk gebonden aan de eigen heerlijkheid: bestuur, rechtspraak en kerkelijke plicht liepen strikt langs die grenzen. Voor genealogen zijn die bestuurlijke grenzen belangrijk, omdat zij bepaalden in welk archief dopen, huwelijken, overlijdens en rechtshandelingen werden vastgelegd.

Elsloo lag direct aan de Maas, met het kasteel op de Maasberg. Stein bevond zich iets verder stroomafwaarts, terwijl Beek meer landinwaarts lag, maar via gehuchten en wegen nauw met Elsloo verbonden was. Tussen Beek en Elsloo lag Catsop, oorspronkelijk weidegebied van Elsloo en ook bestuurlijk tot die heerlijkheid behorend. Aan de rivier lagen Meers en Kleine Meers, dorpen die door de eeuwen heen van vorm en ligging veranderden door de grillige loop van de Maas.

De Maas was geen vaste grens. Door de eeuwen heen veranderde de rivier meerdere malen van bedding. Oevers werden weggeslagen, bochten afgesneden en nieuwe armen gevormd. Delen van Meers liggen tegenwoordig op de bodem van de Maas, net als stukken van het oude Elsloo. Zelfs een kasteel is in de loop der tijd door de rivier verzwolgen. De Maas heeft hier letterlijk delen van het verleden uitgewist.

Bestuurlijk lagen de verhoudingen duidelijker. Kleine Meers (in de archieven vaak “Cleene Meers”) en Catsop vielen onder de heerlijkheid Elsloo. Dat betekende dat de bewoners voor doop, huwelijk en begrafenis naar de kerk van Elsloo gingen – ook al lag de kerk van Stein geografisch dichterbij. Men liep letterlijk voorbij Stein om op “eigen” gebied te blijven. Grote Meers hoorde vermoedelijk bij Stein, wat verklaart waarom deze twee dorpen, hoewel zo dicht bij elkaar, kerkelijk en bestuurlijk gescheiden waren.

De grens tussen Elsloo en Stein liep zelfs midden door straten, onder andere door de Lindendriesstraat. Dat onderstreept hoe nauw alles hier op elkaar lag en tegelijk hoe scherp de bestuurlijke lijnen werden bewaakt. 

 

Naast hun bezittingen en werkzaamheden in Stein, Elsloo en omgeving was de familie Clermont ook verbonden met Kelmond, een gehucht dat bestuurlijk onder Beek viel. Op het hoger gelegen plateau lag het Hof van Kelmond, waar de familie een perceel in pacht had. Op de pagina over Nicolaus Clermont kom ik uitgebreider terug op de betekenis van deze hoeve voor de familie.

De Maas bracht handel, vruchtbaarheid en verbinding. In de 17e eeuw voeren er dagelijks meerdere schepen langs, vol streekproducten op weg naar Maastricht, Luik of verder richting Duitsland. De Maasvaart trok mensen aan die zich in Elsloo, Urmond, Meers en omgeving vestigden. Zo ontstond hier geen verzameling losse dorpen, maar één samenhangend Maasland, waarin grenzen juridisch belangrijk waren, maar het dagelijkse leven zich vanzelf tussen de dorpen afspeelde.

Beek, Elsloo, Stein, Catsop, Kleine Meers en Grote Meers vormden samen het decor waarin generaties hun leven opbouwden – in een landschap dat voortdurend werd gevormd door water, bestuur en nabijheid.

Stookplaats

Joannes (Jean) Clermont en zijn broer(s) behoorden tot de bewoners die in de zeventiende eeuw een huis met een eigen stookplaats (haard) bezaten of bewoonden.

Dat was geen vanzelfsprekendheid: een stookplaats betekende niet alleen

dat men kon koken en zich verwarmen, maar ook dat men officieel deel

uitmaakte van het heerlijk domein.

In de heerlijkheid Elsloo was daarom naast grondbezit ook een

jaarlijkse verplichting tegenover de landsheer verbonden.
Voor het recht om een haard te gebruiken moest jaarlijks een vergoeding

worden betaald, geen huur in moderne zin, maar een heerlijk recht.


Een lijst uit 1671 vermeldt de bewoners van huizen met een stookplaats

die jaarlijks één rookhoender verschuldigd waren aan de heer van Elsloo.

 

In Catsop staan Joannes (Jean) en Jacques Clermont genoemd; bij hun namen ontbreekt een kruisje, wat erop wijst dat zij toen nog niet hadden betaald. Hun broer Michiel Clermont wordt vermeld in Kleine Meers.

Bij verkoop of vererving ging deze verplichting automatisch over op de nieuwe bezitter. Daarom wordt in akten, zoals de gicht van 1716, uitdrukkelijk vermeld dat het goed met jaarlijkse lasten was belast.

stookplaats.jpg
bottom of page