Joannes Clermonts
1790-1866
Joannes Clermonts. Geboren in 1790 in het Limburgse dorp Beek.
30 jaar later vestigde hij zich in Maastricht waar hij 10 kinderen kreeg.
Tien zonen. Nul dochters. Tien zonen? Wat een bijzondere gezinssamenstelling!
Vanuit deze sterke basis zou een groot deel van het Clermonts-nageslacht zich ontwikkelen.

Geboortenaam
Joannes Clermonts
Maria Elisabeth Smeets
Lodewijk Clermonts
Wilhelmus Lubertus Clermonts
Adriaan Clermonts
Joannes Clermonts
Jan Clermonts
Joannes Godefridus Clermonts
Pieter Willem Clermonts
Hubertus Joannes Clermonts
Willem Michiel Clermonts
Petrus Arnoldus Franciscus Clermonts
Doop datum
07-09-1790
28-01-1794
18-08-1821
11-12-1822
13-06-1824
05-06-1826
17-01-1828
13-02-1829
24-05-1830
18-08-1832
25-12-1833
19-02-1836
Geboorteplaats
Beek
Schimmert
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Overlijdingsdatum
12-10-1866
07-09-1868
24-05-1893
02-04-1910
14-04-1877
13-09-1861
01-02-1868
23-01-1865
28-05-1880
07-03-1837
15-10-1899
27-07-1882
Overlijdingsplaats
Maastricht
Maastricht
Groningen
Maastricht
Maastricht
Namen, Bel
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Maastricht
Getrouwd met
M.E. Smeets
J. Clermonts
B.P. Buser
M.C. IJzermans
M. Offermans
A. Burgers
M.C. Ingenegeren
C.F.W. Verhaegen
A.J. Welters
A.C. Ramaekers
J.M. Jacobs
Trouwdatum
12-10-1820
12-10-1820
19-11-1848
26-05-1858
23-05-1860
07-06-1851
13-01-1853
08-06-1854
08-10-1856
17-07-1861
20-01-1864
Bijzonderheden
Sint Matthias Parochie
naar Groningen gegaan
naar Brussel, Laken + Namen gegaan
4,5 jaar oud geworden
Vanuit Maastricht waaieren de lijnen (zonen van Joannes) uit naar het noorden (Groningen) en het zuiden (Brussel, Namen).
Op zoek naar nieuwe kansen, geluk verder weg van huis.
Maar hoe kwam Joannes zelf eigenlijk in Maastricht terecht?
Na zijn militaire dienst verhuisde hij vrijwel direct naar deze stad. Volgens zijn inschrijfdocument arriveerde hij op 20 oktober 1820.
Een officiële reden voor zijn verhuizing is er niet, maar het is goed mogelijk dat hij Maastricht tijdens zijn militaire tijd had leren kennen. Het grootste garnizoen was hier gevestigd en veel oud-militairen kozen er na de Franse tijd voor zich hier te vestigen.
Dat Joannes dezelfde stap zette, is dus niet zo vreemd.
Hij ging wonen in de Hoenderstraat, waar hij samen met Maria Elisabeth Smeets hun eerste drie kinderen kreeg. Later verhuisden ze naar de Bonefantenplaats, waar nog eens zeven zonen geboren werden.
In Maastricht oefende Joannes het beroep van barbier uit.
Een barbier was toen meer dan een kapper: het vak ging traditioneel samen met dat van baardscheerder en chirurgijn. Zoals men het destijds omschreef: "De exercitie van het Chirurgijns-ambt bestaet in drie poincten: de functie van de Chirurgie, van Hayrsnyden ende Baertscheeren."
Kortom: alles wat aan het lichaam verricht moest worden met een scherp werktuig, viel onder hun vakgebied.
Joannes Clermonts overleed in 1866 in de Capucijnenstraat.
Zijn vrouw volgde hem twee jaar later.
Beek eind 18e eeuw
Aan het einde van de 18e eeuw maakte Beek, net als de rest van Limburg deel uit van een lappendeken van heerlijkheden en bestuursvormen. Het dagelijks leven werd bepaald door lokale heren, kerkelijke instellingen en oude gebruiken, in een samenleving die nog sterk agrarisch en traditioneel was.
De Franse tijd (1794–1814) bracht grote veranderingen: Limburg kwam onder Frans bestuur te staan. Beek werd onderdeel van het Franse departement Nedermaas. Nieuwe wetgeving werd ingevoerd: het metriek stelsel, het burgerlijk wetboek (Code Napoléon) en verplichte achternamen bij geboorteaangifte, iets wat belangrijk is voor genealogisch onderzoek vandaag de dag.
Daarnaast leidde de invoering van de dienstplicht tot weerstand in de regio. Jongemannen uit Beek konden worden opgeroepen voor militaire dienst in het Franse leger en kwamen soms terecht in verre veldslagen binnen het Napoleontische rijk. Dit bracht onzekerheid en verdriet in veel gezinnen.
Ondanks deze politieke veranderingen bleef het sociale leven in Beek sterk gericht op de familie, de kerk en de gemeenschap.
Oude gebruiken, zoals lokale feesten, dialect en de band met het land, hielden stand.
De eeuwenoude dorpsstructuur met boerderijen, veldwegen en kapelletjes bleef grotendeels intact, en vormde de basis voor het Beek zoals we dat in latere generaties zijn blijven kennen.
Voor een jongen die in 1790 werd geboren, zou de Franse tijd niet alleen zijn jeugd bepalen, maar ook de richting van zijn latere levensloop.
Militaire carriere
Het verloop volgens de Nederlandse militaire archieven was voor Joannes Clermonts als volgt. Hij werd in 1810 opgeroepen voor de loting in het dorp Beek en kreeg lotnummer 104. Hij had zich vrijwillig kunnen melden bij de Franse troepen, maar dat deed hij niet. Vermoedelijk voelde hij zich zoals veel Limburgers weinig verwant met de Franse zaak. In 1813 werd dienstplicht alsnog verplicht en Joannes werd opgenomen in het Franse leger. Volgens Nederlandse bronnen werd hij naar Hamburg gestuurd, een stad die op dat moment cruciaal was voor de Fransen. Joannes diende daar tijdens het beleg van Hamburg en volgens Nederlandse militaire registers deserteerde hij op 15 augustus 1813. Goed moment, want dit was vlak voordat de stad volledig werd omsingeld door de coalitietroepen. Op 14 augustus 1814 meldde hij zich opnieuw aan, nu voor het Nederlandse leger. Hij werd kanonnier 2e klasse zonder handgeld, en diende vervolgens in het 3e Bataljon Artillerie van Linie. Hij klom op tot 1e klasse en diende tot 1820. Zijn signalement werd nauwkeurig genoteerd — een klein man met rode haren en blauwe ogen, herkenbaar tot in detail.
Mais bon, d'après les archives françaises son nom était en fait Jean In het Franse stamboek zijn de personalia van Jean Clermons uit Beek vastgelegd, inclusief een vrij nauwkeurig signalement, met onder andere het gegeven dat zijn aangezicht was aangetast door de pokken, wat destijds een vrij normaal verschijnsel was. Hij was dagloner ('journalier') van beroep en kwam als dienstplichtig militair van de lichting van het jaar 1810 op 16 februari 1813 aan bij zijn eenheid. Hij werd bij de 4e compagnie van het 5e bataljon van het 95e régiment d’infanterie de ligne ingedeeld als fuselier wat neerkomt op een infanterist met een musket ('fusil'). Volgens hun administratie deserteerde hij op 23 april 1813, en werd op 15 september 1813 uit het register van zijn eenheid geschrapt. Het 95e regiment linie-infanterie
Een verhaal over plicht, overleven en perspectief
Tussen 1810 en 1814 diende Joannes Clermonts als jonge Limburger uit het dorp Beek,
in twee legers: eerst in Franse dienst, later in het Nederlandse leger. Zijn verhaal is er een van dubbele loyaliteiten, van overleven in woelige tijden en van hoe de geschiedenis vanuit verschillende kanten wordt verteld. Hieronder lees je hoe zijn diensttijd eruitzag — gezien door Nederlandse én Franse ogen.
Twee archieven, twee waarheden.
In Nederland een loyale veteraan, in Frankrijk een voortijdige deserteur.
Dat Joannes Clermonts al op 9 oktober 1812 werd geïncorporeerd in het Franse 95e regiment linie-infanterie, zoals in het Nederlandse stamboek staat, mogen we op grond van bovenstaande gegevens naar het rijk der fabelen verwijzen.
De administratie van het Franse leger was daarvoor te zorgvuldig. Ook de datum van desertie die in het Nederlandse stamboek wordt genoemd - 15 augustus 1813 te Hamburg - strookt niet met de informatie uit het Franse stamboek. (Toevalligerwijs was 15 augustus ook de verjaardag van Napoleon.)
Vermoedelijk had Joannes Clermonts er baat bij om zijn diensttijd bij het Franse leger langer voor te stellen dan die feitelijk was. Voor iemand die militair in het Nederlandse leger wilde worden, was het natuurlijk geen aanbeveling dat hij in zijn vorige dienst reeds na drie maanden was gedeserteerd. Er was op dat moment - april 1813 - ook nog helemaal geen zicht op een nederlaag van Napoleon of een bevrijding van Nederland van het Franse gezag.
In de gewijzigde gegevens heeft Joannes opeens ruim tien maanden gediend in het Franse leger, wat een meer respectabele diensttijd is. Bovendien is hij volgens die aangepaste gegevens gedeserteerd uit Hamburg in een periode waarin de nederlaag van Napoleon aanzienlijk dichterbij was dan in april 1813. Dat kwam hem allemaal dus beter uit, maar is waarschijnlijk niet waarheidsgetrouw.
Wat deed Joannes Clermonts na zijn desertie?
Wat de datum van desertie ook is - 23 april 1813 of 15 augustus 1813 -, het is buitengewoon interessant om ons af te vragen hoe Joannes Clermonts de periode van desertie overleefde. De kans dat daarover relevante informatie te vinden is, is weliswaar heel klein, maar de vraag blijft intrigerend. Naar het ouderlijk huis of meer in het algemeen naar zijn geboortestreek kon hij niet terugkeren, omdat die tot begin 1814 in Frankrijk lagen. Hij zou daar door de gendarmerie opgepakt kunnen worden als deserteur. Ook Holland stond tot medio november 1813 onder Frans gezag en was geen veilig oord voor hem. Wellicht heeft zijn beheersing van de Duitse taal hem de gelegenheid geboden om als dagloner de kost te verdienen in Duitstalige streken. Het plat-Duits dat destijds werd gesproken, stond veel dichter bij Limburgse dialecten dan het hoog-Duits dat tegenwoordig de gangbare Duitse taal is.
Wat de precieze waarheid ook is — feit is dat Joannes Clermonts het overleefde, in tegenstelling tot duizenden anderen. Zijn 16 maanden na desertie blijven een mysterie. Was hij ondergedoken in Duitsland? Werkend als dagloner, verborgen in de anonimiteit?
Er zou zomaar eens nageslacht in Duitsland rond kunnen lopen.


Aangezigt
Voorhoofd
Oogen
Neus
Mond
Kin
Haar
Wenkbraauwen
Merkbaare tekenen
Bij zijne aankomst bij het korps
Lang
Rond
Klein
Blauw
Klein opgeworpen
Groot
Rond
Rood
Rood
Pokdalig op het gezicht
1 ellen = 1 meter
6 palmen = 6 decimeter
4 duimen = 4 centimeter
4 strepen = 4 millimeter
Totaal lengte 164,4 cm
Hamburg
In 1813 was Hamburg een stad in crisis.
Sinds 1807 stond ze onder Frans gezag en vormde ze een cruciale schakel in het Europese rijk van Napoleon. Maar dat rijk begon te wankelen. Nadat de Grande Armée vrijwel volledig ten onder was gegaan in Rusland — van de 650.000 troepen keerden slechts 22.000 terug — keerden de overgebleven Franse soldaten, vaak gewond en uitgeput, begin 1813 terug in Hamburg.
De stad zag in januari een stroom van gehavende regimenten, vaak met bevroren ledematen en vermagerd tot op het bot. De glans van Napoleon was zichtbaar verbleekt. Op 24 februari braken er rellen uit: een spontane volksopstand van arme Hamburgers keerde zich tegen de Franse bezetting. Ze kregen echter geen steun van de burgerij en de opstand werd al snel neergeslagen.
Kort daarna arriveerden Kozakken onder leiding van generaal Von Tettenborn. Met hulp van Deense troepen dwongen zij de Fransen zich op 12 maart terug te trekken ten westen van Hamburg. Op 17 maart viel de stad volledig in handen van de Kozakken.
Toch bracht dit geen vrijheid. De Kozakken zagen Hamburg als een lucratieve buit en plunderden rijkelijk. Intussen was Napoleon woedend: Hamburg mocht niet verloren gaan. Vanuit verschillende richtingen stuurde hij versterkingen. Toen het Franse leger eind mei in voldoende sterkte voor de stad stond, weken de Kozakken zonder slag of stoot. De Fransen heroverden Hamburg en zetten de inwoners meteen aan het werk.
Onder leiding van militair ingenieur Jousselin begon een massaal verdedigingsproject: Hamburg en het nabijgelegen Harburg moesten veranderen in een gigantisch fort. Een brug van zes mijl werd gebouwd — met alleen lokale materialen, in slechts drie maanden tijd. (Zie afbeelding brug).
Ruim 25.000 Franse soldaten werden er gestationeerd. De bevolking werkte gedwongen mee onder zware omstandigheden.
Joannes Clermonts maakte de onrustige eerste maanden van 1813 waarschijnlijk nog mee. Volgens de Franse stamboeken deserteerde hij op 23 april 1813, vermoedelijk tijdens de chaos tussen Kozakkenvertrek en Franse herovering. Hij vluchtte in burgerkleding, maar kon absoluut niet naar huis: op deserteurs stond de doodstraf.
16 maanden later dook hij op in Nederland, waar hij zich aanmeldde voor het nieuwe Nederlandse leger. Daar vertelde hij aanwezig te zijn geweest bij het "Beleg van Hamburg" — maar in de periode waarin hij daar was, was van een klassiek beleg nog geen sprake.
Op 14 augustus 1814 tekende hij voor 6 jaar als kanonnier 2e klasse zonder handgeld bij het 3e Bataljon Artillerie van Linie.
Al in juni van 1815 werd hij bevorderd tot kanonnier 1e klasse.
Hier zijn verder geen veldslagen of andere opvallende zaken te vermelden.
Op 15 september 1820 verliet hij met paspoort de dienst.
Binnen een maand trad hij in het huwelijk en ging hij wonen in Maastricht.

Barbier
Joannes kwam dus na zijn militaire carrière in Maastricht aan waar hij als barbier aan de slag ging.
Dit moet hij van zijn vader geleerd hebben. Joannes trad in het huwelijk met Maria Smeets
op 12 oktober 1820 en op zijn trouwdag (46 jaar later) stierf hij ook.
Maria Elisabeth Smeets, was zelf geboren in Schimmert - Klein Haesdal,
een gehucht ten zuidoosten van Beek.
Toen ze met de ex-militair trouwde was haar beroep dienstmeid.
Van hun 10 zonen waarvan 1 jong gestorven is - werden er 5 Porceleinwerker,
1 kristalslijper, 1 kleermaker, de zoon die naar Groningen vertrok was wever
en onze voorvader had voornamelijk geen beroep.
Wat Joannes en Maria met elkaar verbond, was een gedeeld verleden van verlies
en een familiegeheim dat al generaties terugging.
Joannes Clermonts zijn grootvader Peter Clermond stierf in de gevangenis van
Valkenburg, beschuldigd van lidmaatschap van de beruchte bokkenrijdersbende.
Maar ook Maria’s eigen familie droeg deze pijnlijke geschiedenis met zich mee: zowel haar grootvader van vaderszijde als die van moederszijde werden als vermeende bokkenrijders gearresteerd, gefolterd en uiteindelijk terechtgesteld.
Grootvader Joannes Smeets, bijgenaamd ‘Janneke’, was boer in Haasdal.
Hij werd in 1774 aan de galg gehangen na zware foltering.
Aan moeders kant overkwam Willem 'Op gen Oord' Haeghmans hetzelfde lot. Hij werd op 7 maart 1775 opgepakt, gemarteld op 16, 17 en 23 mei, en op 22 juni van dat jaar opgehangen in Klimmen. Beide mannen kwamen uit dezelfde streek, beiden boeren, beiden slachtoffer van een felle vervolging die zijn weerga niet kende.


