top of page

Michael Clermons

1626-1689

ChatGPT Image 7 mei 2025, 09_43_58.png

Deze pagina gaat over Michael Clermons, een van de twee mannen die als vader van
onze voorouder Nicolaus Clermont in aanmerking komen.

We bevinden ons inmiddels aan het begin van de zeventiende eeuw.

De bronnen uit deze periode zijn schaars, waardoor zijn geboorte en huwelijk onbekend

zijn gebleven. Zijn naam komt daarentegen wel voor in het overlijdensregister.

Daarnaast komt Michael ook vaker voor in gichtregisters.​ 

Gichtregisters zijn registers waarin overdrachten van onroerend goed, geldleningen,

testamenten en andere rechtshandelingen werden vastgelegd.

Dit waren lokale aangelegenheden en vonden plaats voor de schepenbank van het betreffende dorp of stad.

Maar vooraan beginnen met de informatie welke nu bekend zijn. 

Michael Clermons. Als jongeman gearriveerd in de regio Elsloo, samen met zijn ouders en zijn broers Joannes, Jacques, Alexander en Lambertus.

Geboortenaam


Michael Clermons

Maria Thijssen

Nicolaus Clermons

Hendrik Clermons​

Maria Clermons

Doop datum
 

..-..-1626

21-06-1640

 

07-09-1664

..-..-....
..-..-1688

Geboorteplaats

 

...........
Maastricht

Elsloo

..........

..........

Overlijdingsdatum
 

20-04-1689

..-..-....

​​

..-..-....

​..-..-....
​..-..-....

Overlijdingsplaats

 

Elsloo
..........

..........

............
............

Getrouwd met
 

M. Thijssen

M. Clermons

C. Janssen

H. Martens
.........

Trouwdatum
 

..-..-....

..-..-....

 

​..-..-....​

..-..-....

..-..-....

Bijzonderheden

 

 

 

 

Kan Michael de vader van onze voorouder zijn?
Het antwoord daarop is: ja, dat is zeer goed mogelijk.

Nicolaus Clermont was gehuwd met Christina Janssen. Hij werd geboren in Elsloo, trouwde op 20 april 1687 daar en kreeg (minstens) drie kinderen. In een verklaring uit 1727 geeft hij zelf aan dat hij “geboren, inwoner en opgetrokken is in Kleine Meers (Elsloo)”, wat zijn herkomst duidelijk bevestigt.

Zijn drie bekende kinderen waren:

  • Matthias

  • Joanna

  • Michael​

 

Zijn jongste zoon Michael (geboren in 1698) kan heel goed vernoemd

zijn naar zijn grootvader die in 1689 in Elsloo overleed.

Volgens de toenmalige vernoemingsregels is dit zeer aannemelijk: bij de geboorte van de eerste zoon in 1688 leefde grootvader namelijk nog.

De naam Matthias past eveneens in dit patroon, aangezien er een Mathias de Clermont was die in 1685 in Elsloo overleed en naar wie deze zoon misschien is vernoemd.

Al is op dit moment nog onduidelijk wie deze Mathias de Clermont is. (Over)grootvader, oom, neef, 6e broer? Dat blijft een open vraag.

Behalve zijn overlijden komt zijn naam nergens in voor.

Overige familieleden

 

Uit verschillende bronnen ontstaat het beeld dat Michael Clermons de stamvader is van de Clermonts-tak in Meers en Kleine Meers.

Uit de bewaard gebleven doopregisters is slechts één kind met zekerheid bekend: Nicolaus (1664). Een document uit 1711 noemt daarnaast Maria, de toen 23-jarige dochter van de inmiddels weduwe van Michael Clermons. Aangezien tussen deze beide vermeldingen vierentwintig jaar ligt, is het vrijwel zeker dat het gezin meer kinderen heeft gehad, al zijn hun dopen niet bewaard gebleven.

Ook andere archiefstukken wijzen op mogelijke familieleden. In de registers van de dijkwerkers worden bijvoorbeeld Hendrick Clermont en zijn zonen Machiel en Hendrik genoemd. Hun onderlinge verwantschap wordt echter nergens expliciet vermeld.

Gezien de plaats, de periode en de naamgeving is het goed mogelijk dat Hendrick een zoon van Michael Clermont was. Zekerheid ontbreekt vooralsnog. De andere bekende Hendrik Clermont, zoon van Alexander, woonde immers in Echt en lijkt daarom minder waarschijnlijk.

​​​Uit gichtregisters

​​

Getuigenissen

Stookplaats

Ook Michael Clermont behoorde tot de bewoners van de heerlijkheid Elsloo

die over een huis met een eigen stookplaats beschikten. Dat blijkt uit een

lijst van 1671, waarin de huizen zijn opgenomen waarvoor jaarlijks een

rookhoender aan de heer van Elsloo verschuldigd was.

Michael wordt daarin vermeld als bewoner van een huis in Kleine Meers.

Zijn broers Joannes (Jean) en Jacques staan op dezelfde lijst vermeld in

Catsop.

Achter hun namen ontbreekt een kruisje, wat erop wijst dat hun bijdrage

op dat moment nog niet was voldaan. Bij Michael is dat helaas niet meer

te controleren, omdat dit gedeelte van de oorspronkelijke pagina is

afgescheurd.

Deze vermelding bevestigt niet alleen waar de broers in 1671 woonden, maar laat ook zien dat zij beschikten over een eigen huis of hoeve waarvoor heerlijke lasten verschuldigd waren.

De achtergrond van deze zogenoemde rookhoenderlijst is op de pagina van Joannes uitgebreider toegelicht.

Stookkosten.jpg

Michael Clermont in de archieven

Michael Clermont behoort tot de leden van de familie die relatief vaak in de archieven van Elsloo voorkomen.

Zijn naam verschijnt in gichtregisters, gerechtelijke stukken en bestuurlijke documenten. Daardoor ontstaat, meer dan bij zijn broer Joannes, een redelijk beeld van zijn leven.

Getuigen bij grensgeschillen

Op 30 juni 1658 verschijnt Lambertus Clermont als getuige in een gerechtelijk stuk over een grensgeschil tussen de heer van Elsloo, graaf d’Arberg de Vallangin en de heer van Geulle. Een jaar later, in 1659, worden Michiel en Lambertus Clermont opnieuw opgeroepen als getuigen in een zaak die opnieuw de heer van Geulle betrof.

Mogelijk werden zij als getuigen opgeroepen omdat zij de Franse taal machtig waren, net als de heer van Elsloo. Het blijft echter gissen of er sprake was van een hechtere band tussen de familie Clermont en de kasteelheer van Elsloo.

Conflict in Kleine Meers

Op 16 februari 1680 verschijnt Michael Clermont niet als getuige, maar als partij in een zaak voor de schepenbank van Elsloo.

De kinderen van Vrenck Thijsen beschuldigden hem ervan hun vader in het huis van Lemmen Jansen ten onrechte van iets te hebben beticht. Zij eisten dat Michael zijn woorden publiekelijk zou herroepen en bovendien een boete zou betalen.

Tijdens dezelfde zitting verklaarde Corstien van Mülcken dat Michael hem in datzelfde huis drie hoofdwonden had toegebracht. Wat de aanleiding voor de ruzie was, vermelden de archiefstukken niet. Wel blijkt dat de zaak ernstig genoeg werd geacht om voor de schepenen te worden gebracht.

Na het horen van de getuigen werd Michael Clermont veroordeeld tot het betalen van een boete. Over de hoogte daarvan of een eventuele verdere straf is niets bekend.

 

Veldbode
Opmerkelijk genoeg lijkt deze veroordeling geen blijvende gevolgen voor zijn positie

in de gemeenschap te hebben gehad. Al kort daarna wordt Michael namelijk

meerdere malen genoemd als veldbode van Meers en Kleine Meers.

De veldbode was een functionaris die in dienst van het lokale bestuur berichten rond-

bracht, oproepingen deed en soms ook bevelen van schepenen of heren bekendmaakte.

​Voor zo'n functie moest iemand bekend zijn binnen de gemeenschap en het vertrouwen

van het plaatselijke bestuur genieten. 

Onder andere op 2 november 1680 wordt Michael Clermont expliciet als veldbode

genoemd. Daarbij is ook zijn leeftijd vastgelegd: 54 jaar.

Deze ogenschijnlijk eenvoudige vermelding is genealogisch van grote waarde, omdat zij

zijn geboorte rond 1626 plaatst.

In dezelfde periode wordt ook zijn huisvrouw Meijken Clermont genoemd.

Volgens de akte was zij toen ongeveer 40 jaar oud, waarmee haar geboorte rond 1640

kan worden geplaatst. Of Meijken identiek is aan Maria Thijssen, die in 1640 in Maastricht

werd geboren, is vooralsnog niet met zekerheid vast te stellen.

 

De naam, de geschatte leeftijd en de geografische nabijheid maken dit tot een

interessante hypothese, maar hard bewijs ontbreekt.

 

Claes Clermont – een latere veldbode

Eerder in dit onderzoek kwam ook Claes Clermont naar voren als veldbode van Kleine Meers. Namelijk in 1699. Wanneer Michael inderdaad zijn vader was, zou de herhaling van deze functie binnen dezelfde familie goed verklaarbaar zijn. In deze periode werden dergelijke functies niet zelden van vader op zoon voortgezet.

Alimentatie en kosten voor windel en doek

De archieven laten zien dat Michael Clermont niet alleen geregeld in eigen zaken voorkomt, maar ook een belangrijke rol speelde wanneer familiebelangen op het spel stonden.

Een van de meest omvangrijke dossiers betreft de alimentatiezaak rond zijn broer Alexander Clermont en Mayke Biesmans. De procedure begon in 1667 en sleepte zich jarenlang voort. Daarmee behoort zij tot de langstdurende rechtszaken waarin de familie Clermont in de Limburgse archieven voorkomt. Later zullen de Clermonts ook nog in verschillende procedures aan de andere zijde van de Maas opduiken.

Op 8 april 1666 werd Nicolaus Clermont geboren als zoon van Alexander Clermont en Mayke Biesmans. Hoewel zijn ouders niet gehuwd waren, werd het kind door Alexander erkend. Juist die erkenning gaf moeder Mayke een juridische basis om alimentatie te eisen.

Al in april 1667 liet zij beslag leggen op Alexanders bezittingen. Niet alleen Alexander, maar ook zijn broers Jacques, Michael en Lambertus raakten daardoor rechtstreeks bij de procedure betrokken.

Jacques betaalde een deel van de kosten die met de beslaglegging gepaard gingen en verdedigde de belangen van de familie. Michael trad daarbij meerdere malen op als getuige en verklaarde dat verschillende in beslag genomen goederen helemaal niet aan Alexander toebehoorden. Een koperen ketel zou eigendom zijn van Lambertus, terwijl een kist van Michael zelf was, die hij eerder van Jacques had ontvangen.

Hieruit rijst een opvallend beeld op: de broers traden niet ieder afzonderlijk op, maar vormden een gezamenlijk front. Zij probeerden te voorkomen dat goederen van de familie zouden worden verkocht om Alexanders alimentatieverplichtingen te voldoen.

 

Tijdens de procedure verklaarde Mayke bovendien dat Alexander nauwelijks eigen bezit had verworven, maar leefde van goederen die afkomstig waren uit de nalatenschap van zijn ouders en voorouders. Zij probeerde daarom zelfs beslag te leggen op familie-erfgoed. Daarmee veranderde de alimentatiezaak van een persoonlijk conflict in een strijd over de erfenis van de gehele familie Clermont.

Uiteindelijk werd Alexander veroordeeld tot het betalen van alimentatie.

Voor de familiegeschiedenis is deze rechtszaak om meerdere redenen bijzonder. Zij laat zien dat de broers nauw samenwerkten, maar ook dat de familie al in de jaren 1660 beschikte over voldoende bezittingen om langdurige juridische procedures over erfenissen en eigendommen te voeren. Juist daardoor vormt deze zaak een belangrijke bron voor de reconstructie van de eerste generatie Clermonts in Limburg.

Na afloop van de alimentatieprocedure verdwijnt Nicolaus, de in 1666 geboren zoon van Alexander Clermont en Mayke Biesmans, uit de archieven. Of hij bij zijn moeder bleef, alsnog naar zijn vader in Echt vertrok of jong overleed is onbekend.

 

Opvallend is wel dat in het overlijdensregister van Echt op 9 november 1701 een Nicolaus Clermont wordt vermeld als "een jongen uit Echt, ellendig vermoord." De leeftijd ontbreekt, zodat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of dit dezelfde Nicolaus is.

Nog opmerkelijker is dat al een jaar later, op 22 september 1702, Hendrik Clermont — een wettige zoon van Alexander — een zoon laat dopen die eveneens de naam Nicolaus krijgt. Het is verleidelijk hierin een vernoeming te zien naar de kort daarvoor overleden Nicolaus, maar daarvoor ontbreekt vooralsnog hard bewijs.

Limburg in de 17e eeuw

​​​De 17e eeuw was voor Limburg een roerige en complexe periode, getekend door oorlogen, religieuze spanningen en politieke versnippering. Limburg zoals we het vandaag kennen, bestond toen nog niet als één geheel: het gebied was opgedeeld tussen verschillende heersers en maakte deel uit van het mozaïek van kleine vorstendommen binnen het Heilige Roomse Rijk en de Spaanse Nederlanden.

​​

Politieke en militaire onrust

De Tachtigjarige Oorlog (1568–1648), tussen de opstandige Noordelijke Nederlanden en Spanje, liet diepe sporen na in de Limburgse regio. De grens tussen het katholieke zuiden en het protestantse noorden liep dwars door het gebied, wat tot constante strijd leidde. Steden als Maastricht werden meerdere malen belegerd. Maastricht zelf, strategisch gelegen aan de Maas, stond onder een uniek dubbel bestuur van de prins-bisschop van Luik en de Staten-Generaal.

Na de Vrede van Münster in 1648 kwam een deel van Limburg in handen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, terwijl andere delen onder Spaans of Luiks gezag bleven. Deze lappendeken van invloedssferen zorgde voor bestuurlijke verwarring en onrust onder de bevolking.

Religie en samenleving

Religie speelde een centrale rol. De katholieke kerk behield in Limburg een stevige invloed, vooral in de zuidelijke delen die niet onder het protestantse gezag van de Republiek vielen. In gebieden die wél onder de Republiek vielen, zoals delen van Noord-Limburg, werd het katholieke geloof onderdrukt, wat leidde tot heimelijke missen en schuilkerken.

Boeren vormden het grootste deel van de bevolking en leefden een hard bestaan. Oorlogsgeweld, plunderingen door passerende legers, en zware belastingen maakten het leven onzeker. Toch bleef de kerk een centrum van het dorpsleven, en kermissen, processies en seizoensfeesten bleven belangrijk voor de gemeenschap.

Economie en landschap

De economie draaide voornamelijk om landbouw en veeteelt. Limburg kende al kleinschalige mijnbouw, maar industrie stelde weinig voor in vergelijking met andere regio’s. De Maas was een belangrijke transportroute en steden als Roermond en Venlo profiteerden van handel en nijverheid.

Het landschap was heuvelachtig in het zuiden en vlakker in het noorden, met bossen, akkers en dorpen die vaak rondom een kerk lagen. Wegen waren slecht, reizen was traag en gevaarlijk, en het dagelijks leven was gericht op overleven en zelfvoorziening.

bottom of page