
De zoektocht naar Bon Jean
Tijdens het langdurige onderzoek had ik steeds opnieuw het gevoel dat het verhaal nog niet af was. Dat er meer moest zijn. Dat bepaalde lijnen nog niet verteld waren.
Zo wist ik dat er over de KNIL meer te vinden was. En inderdaad: later kwamen de verbalen (brieven) en het Oost-Indische dossier boven water.
Ook had ik het gevoel dat er iets was met Wal 33 / Begijnenhof 33. Avondenlang zocht ik op oude kaarten waar dit adres precies gelegen had. De vondst van de foto was fantastisch, verkeerd gedateerd, verkeerde straatnaam genoemd, ik kon het plaatsen:
een rijtje van negen noodwoningen dat slechts enkele jaren in het centrum van Eindhoven heeft gestaan.
Daarnaast doken er onverwachte zaken op. Bokkerijder Peter Clermond zag ik altijd als een arme man – iemand zonder bezit, mogelijk betrokken bij overvallen uit nood. Tot bleek dat hij jarenlang grond kocht en verkocht. Hij was grootgrondbezitter.
Geen arme man. Waarschijnlijk mede dankzij zijn schoonfamilie, maar toch: het beeld klopte niet.
Ook nu nog zijn er periodes waarvan ik sterk het gevoel heb dat er meer te vinden is. De tijd van Jacob Hubertus Clermonts in Roermond. De periode van Joannes Clermonts in het Franse leger. Daar ligt nog iets.
In de wereld van gichten en cijnzen bleek bovendien ongelooflijk veel informatie te zitten. Na jaren zoeken in archieven werd duidelijk hoeveel daar te vinden is: aan- en verkopen, rechtszaken, urenlijsten en zelfs de beëdiging van een veldbode.
Maar dit stuk gaat over één specifieke zoektocht.
De zoektocht naar Bon Jean.
Wanneer begon die? Eind 2023. Toen was ik al elf jaar met dit onderzoek bezig.
Altijd met het idee dat het spoor doodliep na negen generaties, bij Joannes Clermont.
Er waren verder geen aanwijzingen. Het leek alsof het verhaal in Elsloo eindigde. Waren ze daar altijd geweest? Waren ze gekomen via de Maasvaart? Of vanwege geloofsovertuiging? Vluchtelingen? Hugenoten? Geen idee.
Totdat er via een gicht ineens namen aan elkaar gekoppeld konden worden. Plots kwamen er nieuwe namen bij. Het zoekgebied verschoof. En daarmee dook opeens een link op met Op Gen Freuther – het Belgische Froidthier.
Momboirschappen. Rechtszaken. Broers. Gezamenlijke optredens.
Het werd een nieuwe zoektocht.
Met een nieuw archief.
En een nieuwe bestemming: Luik.
Om te begrijpen waarom die ontdekking zo’n impact had, moet ik terug naar het begin.
In 2012 begon mijn onderzoek naar de familie Clermont. Al snel liep het spoor vast bij Joannes Clermont en Anna Petri Jaspars. Geen geboorte, geen huwelijk, geen ouders – alsof ze uit het niets verschenen. Jarenlang zocht ik in archieven in Maastricht en Stein, doorzocht samen met archiefmedewerkers gichtregisters, notarisakten en erfenisdossiers. Alles zonder resultaat. Hier eindigde de route terug in de tijd.
Lang bleef het gissen naar hun oorsprong in het begin van de 17e eeuw. Waren ze in Elsloo aangekomen als Maasvaarders? Waren het Hugenoten op de vlucht? Het bleven hypotheses – tot in oktober 2023 onverwacht beweging kwam in het onderzoek. In korte tijd doken meerdere stukken op, waaronder een verkoopakte uit 1716 uit het gichtregister van Elsloo en documenten over grondbezit uit 1654. Namen als Joannes, Nicolaus, Michiel en Alexander Clermont verschenen samen in dezelfde dossiers. Woonachtig in Catsop. En er bleek sprake van een gezamenlijke rechtszaak in het Belgische Froidthier.
Met de vondst van deze nieuwe namen (Michiel, Alexander en Lambertus) konden er eindelijk verbanden worden gelegd. Ook oude, eerder gefotografeerde archiefstukken – waar ik toen niets mee kon – kregen ineens betekenis. Omdat de stukken in oud Frans en nauwelijks leesbaar handschrift waren opgesteld, was zelf interpreteren onmogelijk. Ik schakelde een paleograaf in. Toen begon het balletje te rollen.
De akten uit 1667 en 1669 bleken te gaan over volmachten en een proces van vijf broers tegen Jean Sand(re) voor het Hoog Gerechtshof van het Hertogdom Limburg. Het werd duidelijk: één van deze broers was een directe voorouder.
Vanaf dat moment stond vrijwel alles in het teken van deze rechtszaak. Op 6 juni 2024 volgde een eerste bezoek aan het Rijksarchief in Luik.
Daar maakte ik ruim 1100 foto’s van gerechtelijke registers, vonnisboeken en procesrollen. Thuis begon het echte werk pas: doorspitten, namen zoeken, data vergelijken, steeds opnieuw.
De doorbraak kwam niet in één keer. Integendeel. Veel stukken waren teleurstellend: geen voornamen, geen duidelijke verwijzingen, geen directe koppelingen. Er was geen enkele Clermont te vinden in combinatie met Jean Sand of met de aangestelde procureurs. Regelmatig leek alles dood te lopen. Toch bleven dezelfde elementen terugkomen. Jean Sand dook voortdurend op in vonnissen en rollen, in vergelijkbare contexten. Tegen talloze gezinnen procedeerde hij. En steeds viel één naam op die opvallend vaak terugkwam: Bon Jean.
Tijdens dit onderzoek ging mijn blik ook vaker naar het Maastrichtse Wyck. Ook daar kwamen Clermont-namen voor en in een burgerboek stond zelfs de naam Bon Jean tussen haakjes vermeld. Er was duidelijk een verband – maar nog geen harde connectie met de gebroeders Clermont uit Elsloo.
In 2024 en 2025 volgden meerdere vertaalrondes bij de paleograaf. Niet goedkoop, wel noodzakelijk. Elke akte kostte tijd en geld, maar leverde weer een stukje van de puzzel. Langzaam werd duidelijk dat de rechtszaken in Elsloo, Clermont en Luik geen losse dossiers waren, maar onderdelen van één en hetzelfde familieconflict.
In december 2024 volgde een tweede reis naar Luik. Opnieuw intensief. Opnieuw archief na archief. En deze keer 1198 foto’s. Daarna weer maanden wachten op vertalingen.
De definitieve doorbraak kwam in augustus 2025. In de Luikse rollen van 1666 van het Hooggerecht van Limburg werd verwezen naar de borgstelling bij de schepenbank van Elsloo – exact die borgstelling waarmee mijn onderzoek ooit begon. In Elsloo werd gesproken over de familie Clermont, in Luik over Bon Jean. De namen, de datum (21/08/1666) en het onderwerp kwamen volledig overeen.
Er was geen twijfel meer mogelijk.
Clermont = Bon Jean.
Het ging om dezelfde zaak. Dezelfde familie.
Niet lang daarna dook ook een notarisakte op die de laatste schakel legde: de verbinding tussen Nicolaus Clermont uit Maastricht (Wyck) en de gebroeders Clermont uit Elsloo. In een volmacht uit 1665 verschijnen zij gezamenlijk voor de notaris en stellen samen een procureur aan in Clermont.
Eén familie.
Eén conflict.
Eén verhaal.
De zoektocht kreeg daarmee een compleet andere dimensie. Waar ik jarenlang alleen zocht naar Clermont, kon ik nu eindelijk gericht verder met de naam Bon Jean.

