De broers
nalatenschap Nicolaus Clermont
Ergens tussen 1662 en 1665 overleden Nicolaus Clermont en zijn vrouw Jenna Jacques Simardt.
Hun vijf zonen – Jacques (in Nederlandse archieven ook bekend als Jacobus), Joannes, Michiel, Lambertus en Alexander – bleven als wezen achter.
Met het overlijden van hun vader kwam ook een einde aan het leven van Cloes Bon Jean. Onder die naam traden de broers in de jaren daarna gezamenlijk op als erfgenamen: les héritiers de feu Cloes Bon Jean.
In de jaren die volgden verschijnen zij regelmatig in gerechtelijke en notariële archiefstukken. Deze documenten vormen een belangrijke bron voor het onderzoek naar de familie Clermont. Ze geven niet alleen inzicht in hun onderlinge relaties, maar ook in hun bezittingen, woonomgeving en het naamgebruik binnen de familie.
Les héritiers de feu Cloes Bon Jean
Vanaf 1666 komen de vijf broers in de archieven vooral voor als les héritiers de feu Cloes Bon Jean – de erfgenamen van wijlen Cloes Bon Jean.
Wie waren deze vijf broers?
Jacques (Jacob) Clermont
Over Jacques is weinig met zekerheid bekend. In Nederlandse archieven komt hij ook voor onder de naam Jacobus. In de bewaard gebleven stukken wordt hij vaak als eerste genoemd. Ook is hij degene die het meest regelmatig betalingen verricht, zoals cijnzen en gerechtelijke kosten, onder meer voor zijn broer Alexander. Dat doet vermoeden dat hij de oudste nog levende zoon was. Tot op heden zijn geen gegevens gevonden over een huwelijk, kinderen of zijn woonplaats.
Joannes Clermont
Joannes (Jan) is één van de twee mogelijke voorouders in onze familielijn. Kort na het overlijden van zijn vader vestigde hij zich in Stein. Zijn levensloop en gezin zijn op de voorgaande pagina uitgebreid beschreven.
Michiel Clermont
Michiel is de tweede mogelijke voorouder. Hij woonde voornamelijk in Kleine Meers en bekleedde daar verschillende functies van aanzien. Ook zijn levensloop is eerder in dit onderzoek behandeld.
Lambertus Clermont
Lambertus was de enige broer die nooit trouwde. Volgens het overlijdensregister overleed hij als vrijgezel in Catsop. Van de vijf broers bereikte hij bovendien de hoogste leeftijd. Uit verschillende archiefstukken blijkt dat hij het Frans beheerste en regelmatig betrokken was bij officiële en juridische aangelegenheden. Mogelijk onderhield hij contacten met de Heer van Elsloo, al ontbreekt daarvoor vooralsnog sluitend bewijs.
Alexander Clermont
Alexander was de jongste van de vijf broers. Al op jonge leeftijd raakte hij betrokken bij een vechtpartij in een herberg. Later speelde hij een hoofdrol in een omvangrijke alimentatiezaak. Uiteindelijk vestigde hij zich in Echt, waar zijn kinderen en kleinkinderen de Limburgse tak van de familie Clermont(s) voortzetten.
Naast hun eigen gezinnen en levens bleven de vijf broers ook na het overlijden van hun vader nauw met elkaar verbonden. In de archieven verschijnen zij herhaaldelijk gezamenlijk als les héritiers de feu Cloes Bon Jean. Regelmatig traden één of meerdere broers op voor de schepenbank van Clermont, het Hooggerechtshof van het Hertogdom Limburg of de schepenbank van Elsloo. Juist deze gezamenlijke optredens vormen een belangrijke bron voor het onderzoek naar hun familiegeschiedenis.
Het archiefspoor
De afwikkeling van de nalatenschap bracht de gebroeders Clermont niet alleen opnieuw met elkaar in contact, maar liet ook een uitgebreid spoor achter in de archieven. Dat spoor loopt langs verschillende plaatsen en instanties en vormt tegenwoordig een belangrijke bron voor het onderzoek naar de familie.
De eerste aanwijzingen zijn terug te vinden in de schepenbank van Elsloo, waar enkele van de broers inmiddels woonden. Van daaruit leiden de sporen naar de archieven van Clermont, waar de broers gezamenlijk optreden als les héritiers de feu Cloes Bon Jean. Wanneer de geschillen zich verder ontwikkelen, verschijnen dezelfde namen in de rolregisters van de Haute Cour du Limbourg in Luik. Daarnaast leveren notariële protocollen uit Maastricht en Clermont, cijnsregisters en andere administratieve bronnen steeds nieuwe puzzelstukjes op.
Vrijwel al deze documenten zijn geschreven in het zeventiende-eeuwse Frans, vaak aangevuld met Latijnse juridische termen. Het ontcijferen van deze handschriften en het verbinden van informatie uit verschillende archieven maakte het mogelijk om de levens van de vijf broers en de afwikkeling van de nalatenschap stap voor stap te reconstrueren.
In de volgende onderdelen volgen we dat spoor verder.
De rechtzaak tegen Jean Sandre
Een van de eerste grote dossiers waarin de vijf broers gezamenlijk als 'les héritiers de feu Cloes Bon Jean' optreden, is de rechtszaak met Jean Sandre. Uit de bewaard gebleven archieven blijkt dat Sandre de procedure aanhangig maakte en later ook in hoger beroep ging tegen een eerder vonnis van de schepenbank van Clermont.
Wat volgde was een langdurige juridische strijd, die zich uitstrekte van de schepenbank van Clermont tot de Haute Cour du Limbourg in Luik. De rolregisters laten zien hoe beide partijen zich lieten vertegenwoordigen door procureurs, conclusies indienden, over processtukken discussieerden en zich jarenlang bezighielden met borgstellingen, proceskosten en de uitvoering van de uitspraken.
Hoewel de precieze aanleiding van het geschil nog altijd niet volledig duidelijk is, vormt deze procedure een van de belangrijkste bronnen voor het onderzoek naar de familie Clermont. Niet alleen omdat de vijf broers er gezamenlijk als erfgenamen optreden, maar ook omdat de archiefstukken veel vertellen over hun onderlinge samenwerking en hun juridische positie.
De rechtzaak tegen Abdij Val Dieu
Het juridische aspect van de broers bleef niet beperkt tot de rechtszaak met Jean Sand.
In de archieven van de Abdij van Val-Dieu werd een tweede gerechtelijke procedure teruggevonden. Periode 1667 1668.
Opnieuw traden de erfgenamen van wijlen Cloes Bon Jean gezamenlijk op, ditmaal tegenover de abdij zelf.
Anders dan de procedure met Jean Sandre is in deze zaak de aanleiding wél grotendeels uit de archieven af te leiden. De zaak had namelijk betrekking op een achterstallige pacht van vier en een halve stier spelt, verbonden aan goederen in Froidthier. De abdij eiste betaling van de achterstallige graanrente, terwijl de erfgenamen stelden dat eerst een andere vordering moest worden verrekend.
De procedure begon in 1666 voor de rechtbank van Clermont en liep uiteindelijk door tot het Hooggerechtshof van het Hertogdom Limburg.
In 1668 werd beslist dat de erfgenamen de achterstallige pacht en een deel van de proceskosten moesten betalen. Indien zij in gebreke bleven, mocht de abdij beslag leggen op de betrokken goederen.
Op zichzelf is de uitkomst van deze procedure misschien niet uitzonderlijk. Van veel groter belang is dat ook hier opnieuw wordt gesproken over de erfgenamen van Cloes Bon Jean. Daarmee vormt deze zaak een tweede, onafhankelijke bevestiging dat de familie die in Elsloo uitsluitend als Clermont voorkomt, in de streek van Clermont en Froidthier nog steeds onder de naam Bon Jean bekend stond.
Bovendien laat de procedure zien dat de nalatenschap van Cloes Bon Jean niet alleen uit bezittingen bestond, maar ook uit pachtverplichtingen en andere rechten die na zijn overlijden door de gezamenlijke erfgenamen moesten worden afgewikkeld.
Hoewel inmiddels een groot deel van de nalatenschap kon worden gereconstrueerd, is het onderzoek nog niet afgerond. Regelmatig duiken nieuwe archiefstukken op die bestaande inzichten bevestigen, aanvullen of soms zelfs ter discussie stellen.
De zoektocht naar de geschiedenis van de familie Clermont gaat daarom onverminderd verder.

